- Home
- Diergezondheid
- Dierziekten
- Epizootic-haemorrhagic-disease
Epizootic haemorrhagic disease
Epizootic Haemorrhagic Disease (EHD) is een door vectoren overgedragen virusziekte van wilde en gedomesticeerde herkauwers, die wordt veroorzaakt door een virus van het genus Orbivirus (familie Sedoreoviridae). Het virus zorgt met name bij herten voor klinische symptomen en ook runderen vertonen een subklinisch tot ernstig klinisch beeld. Kleine herkauwers vertonen geen of zeer beperkte klinische symptomen maar kunnen wel serologisch positief zijn. Het virus tast de binnenzijde van kleine bloedvaten aan, waardoor oedeem, bloedingen en ulcera kunnen ontstaan. Het klinische beeld bij runderen is zeer vergelijkbaar met het beeld veroorzaakt door een Blauwtongvirus-infectie. De ziekte is niet rechtstreeks besmettelijk, het virus wordt overgebracht door Culicoides spp. (knutten) als biologische vectoren, en zou mogelijk ook iatrogeen, via sperma en via embryo’s kunnen worden overgebracht.
Epizootic Hemorrhagic Disease is een aangifteplichtige ziekte. Een verdenking van infectie moet worden gemeld bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). EHDV is gecategoriseerd als D- en E-ziekte op basis van de Animal Health Regulation (AHR).
- Categorie D dierziekten zijn dierziekten waarvoor maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat zij zich verspreiden bij binnenkomst in de Unie of door verplaatsingen tussen de lidstaten.
- Categorie E dierziekten zijn dierziekten waarvoor bewaking nodig is binnen de Unie.
Veterinair kennisdossier Epizootic haemorrhagic disease virus
- Verschijnselen
- Diagnose
- Prevalentie
- Regelgeving
- Aanpak besmette bedrijven
- Preventie
- Websites en literatuur
- Bijlage: foto's klinische beelden
De kiem
EHD wordt veroorzaakt door een RNA-virus van het genus Orbivirus (familie Sedoreoviridae). Zeven serotypen zijn officieel vastgesteld (EHDV-1, EHDV-2, EHDV-4, EHDV-5, EHDV-6, EHDV-7 en EHDV-8) nadat twee van de acht eerder geïdentificeerde serotypen (EHDV-1 en EHDV-3) hetzelfde bleken te zijn. De verschillende serotypen geven onderling geen aanleiding tot kruisimmuniteit. In Europa is sinds september 2022 voor het eerst EHDV-8 vastgesteld, en besmettingen met dit virus zijn sindsdien vastgesteld in Italië, Spanje, Portugal en Frankrijk.
Zoals alle virussen binnen dit genus heeft het EHD-virus geen envelop en bestaat het virion uit drie verschillende eiwitlagen: een binnenste, een middelste (de kern) en een buitenste laag. Het genoom bevindt zich in de kern en codeert voor zowel structurele als niet-structurele proteïnen. De structurele eiwitten in de kern VP1, VP4 en VP6, zijn betrokken in de genoom replicatie en vertonen de hoogste gelijkenis tussen de verschillende serotypes. De buitenste laag bestaat uit de structurele eiwitten VP2 en VP5. Deze vertonen de grootste variatie tussen de verschillende serotypen en spelen een essentiële rol in de infectie van cellen. Voornamelijk VP2 is verantwoordelijk voor de inductie van antistoffen.
Figuur 1: Representatie van een virus partikel van het EHDV (Bron: Jiménez-Caballo Luis, Utrilla-Trigo S, Lorenzo Gema, Ortego Javier, Calvo-Pinilla Eva. Epizootic Hemorrhagic Disease Virus: Current knowlegde and emerging perspectives. Microorganisms 2023, 11(5)).
Het virus vermenigvuldigt na besmetting initieel in endotheel cellen van de lymfevaten en lymfeknopen die de intredepoort draineren, waarna het verspreidt naar secundaire vermenigvuldigingsplaatsen zoals andere lymfeknopen en de milt. In de viremische fase is het virus cel-geassocieerd, met hoge virale titers in de membraan van erythrocyten en virusreplicatie in perifere bloed monocyten.
De Vector: Culicoides spp.
Het EHD-virus wordt overgebracht door knutten of ‘biting midges’ (Culicoides spp., orde Diptera) als biologische vectoren. Alleen vrouwelijke knutten bijten. Ze nemen het virus op als ze bloed zuigen bij een besmet dier, waarna bij bepaalde soorten knutten virusvermeerdering kan plaatsvinden en het virus via de speekselklieren een nieuw dier kan besmetten. Knutten worden zo persisterend geïnfecteerd na een bloedmaaltijd en kunnen het virus naar gevoelige herkauwers overbrengen na een extrinsieke incubatie periode (EIP). Afhankelijk van omgevingsfactoren zoals temperatuur en vochtigheidsgraad, die tevens een invloed hebben op de knuttenpopulatie zelf, zal deze periode langer of korter zijn. Hogere temperaturen zouden de EIP van virussen in knutten verkorten, zodat de transmissie sneller plaats kan vinden. Recent onderzoek van het Centrum Monitoring Vectoren naar knutten in Nederland noemt periodes van 4 dagen bij heel warm weer, tot 20 dagen bij koudere temperaturen. Gemiddeld worden periodes van 10-14 dagen gerapporteerd.
Er zijn veel verschillende Culicoides spp. soorten, met elk een voorkeursomgeving en geografische verdeling. In Europa komen meerdere soorten knutten voor die een rol zouden spelen in de verspreiding van EHDV. Onderzoek in verschillende Europese landen toont de aanwezigheid aan van met name C. obsoletus (83%) en C. scoticus, C. dewulfi, C. montanus Shakirzjanova, C. chiopterus en van C. pulicaris en C. Punctatus. In Spanje, Zuid-Frankrijk en Corsica werd bovendien ook C. imicola aangetroffen. In Italië heeft men naar aanleiding van de EHDV-8 uitbraak niet alleen gekeken naar de verdeling van soorten, maar ook de aanwezigheid van het virus in gevangen knutten. EHDV-8 werd hierbij aangetoond in C.obsoletus/scoticus, C. imicola, C. pulicaris ss, C. newstaedi en C. bysta. In Nederland blijken uit recent onderzoek naar de aanwezigheid van knutten in vallen voornamelijk de knuttensoorten die bij vee voorkomen (Culicoides chiopterus, C. obsoletus, C. scoticus, C. punctatus, C. dewulfi en C. pulicaris) aanwezig te zijn.
De vectoren kunnen zich zowel actief (korte afstand) als passief via de wind (lange afstand) verplaatsen, zoals bevestigd wordt door de eerste vaststelling van EHD in het zuiden van Europa eind 2022, waarbij het gevonden serotype 8 identiek is aan het EHDV-8 dat in 2021 en 2022 in Tunesië circuleerde (>99,9% identieke nucleotiden sequentie). Het kleine formaat van knutten maakt dat ze honderden kilometers over land en zee verplaatst kunnen worden, volgens belangrijke windstromen. Deze verspreiding van biologische vectoren via de wind wordt dan ook gezien als de primaire risicofactor op introductie en spreiding van de ziekte.

Figuur 2: Wereldwijde uitbraken van EHDV van 1955 tot 2024. (Bron: Barua et al.,The Global Burden of Emerging and Re-Emerging Orbiviruses in Livestock: An Emphasis on Bluetongue Virus and Epizootic Hemorrhagic Disease Virus. Viruses, 2025, 17(20)).

Figuur 3: Geografische locaties van de eerste besmettingen van EHDV in Europa. (Bron: Lorusso et al., Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Serotype 8, Italy, 2022. Emerging Infectious Diseases, 2023, 29(5)).
Gevoelige diersoorten
Traditioneel ging men er vanuit dat het virus met name (erge) ziekte veroorzaakte in hertachtigen zoals het White-tailed deer (WTD, Odocoileus virginianus), en slechts milde ziekteverschijnselen bij runderen. Uitzondering hierop waren uitbraken met EDHV-2 (voorheen Ibaraki virus) in Japan (Maclachlan et al., 2015). Recentere uitbraken met verschillende serotypes laten echter zien dat ook runderen erg ziek kunnen worden. Klinische verschijnselen zijn tevens beschreven bij edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), runderen, waterbuffels, bizons, muildierherten, dikhoornschapen, gaffelbokken en andere wilde herkauwers. Gedomesticeerde schapen (wel viremie en antistoffen) en geiten (geen viremie) vertonen geen klinische verschijnselen van EHD.
Volksgezondheid
De ziekte is geen zoönose, de mens is niet gevoelig voor het EHD-virus.
Overleving
Er is geen sprake van overleving van het virus buiten het lichaam.
Desinfectie
Bij een aangetoonde EHD infectie vindt geen ruiming van herkauwers plaats en is geen desinfectie van bedrijfsgebouwen noodzakelijk. Het RNA-virus is gevoelig voor zuren, natrium- en calciumhypochloride (2 – 3%), natriumhydroxide (2%), glutaaraldehyde (2%) en hitte (3 uur bij 50 graden, 15 minuten bij 60 graden of 15 minuten bij 121 graden).
Verschijnselen van EHD
Klinisch beeld
EHD is vooral een klinische aandoening bij herten en ook runderen kunnen ziekteverschijnselen krijgen. De ernst van de waargenomen kliniek is vermoedelijk afhankelijk van het serotype en eventuele secundaire infecties. Het klinisch beeld wordt met name gekenmerkt door een catarrale ontsteking van de mond, neus en darmen en kreupelheid door ontsteking van de kroonranden en lederhuid. De incubatieperiode wordt geschat op 2-10 dagen.
Herten
Drie vormen van hemorragische ziekte zijn beschreven bij hertachtigen: peracuut (sterfte na 8-36 uur), acuut of chronisch, waarbij het ziektebeeld over het algemeen gekenmerkt wordt door ulceraties en verspreide bloedingen en oedemen. Peracuut aangetaste dieren vertonen sterfte, hoge koorts, lethargie, zwakte en oedeem van de kop, tong, oogleden, longen en borstholte. Acuut zieke dieren (klassieke EHD) kunnen tevens erosies of ulceraties van de bekmucosa en bloedingen en/of congestie van het hart, de pulmonaire arteries, pens, darmen en andere weefsels vertonen. Bij de chronische vorm worden ernstige orale ulceraties waargenomen, net als een verstoring van de groei en kwaliteit van de klauwhoorn, resulterend in kreupelheid. Chronisch zieke dieren kunnen meerdere weken ziek zijn, voor ze geleidelijk herstellen. Na ziekte ontwikkelen dieren een langdurige (mogelijk levenslange) immuniteit. Onderzoek naar EHDV-8 besmette edelherten in Spanje in 2022, beschrijft klinische symptomen als: depressie, anorexie, zwakte, ataxie, ademhalingsproblemen en sterfte binnen enkele dagen. Bij pathologisch onderzoek werden onder andere longoedeem, bloedingen en petechiën van de pleura en een ulceratieve laesie waargenomen.
Runderen
Historisch werden de meeste EHDV-infecties bij het rund gerapporteerd als subklinisch, met uitzondering van EHDV-2 (Ibaraki-disease). De laatste decennia zijn echter meerdere uitbraken beschreven waarbij wél duidelijke kliniek bij het rund werd waargenomen. Infecties bij het rund werden in Noord-Amerika vaak gezien tijdens uitbraken van EHDV bij White Tailed Deer (WTD). Bij het rund beschreven symptomen zijn: koorts, anorexie, melkproductiedaling, dyspneu, moeilijkheden met slikken en herkauwen, speekselen, neusuitvloeiing, oedeem, bloedingen, erosies en ulceraties van de bek, neus, lippen en kroonranden. Dieren kunnen kreupel zijn, en sterfte, abortus en doodgeboortes zijn gerapporteerd net als productiedalingen van 10-20%. De moeilijkheden met slikken worden veroorzaakt door schade aan de dwarsgestreepte spieren van de farynx, larynx, oesophagus en tong en kunnen zorgen voor dehydratatie, vermagering en aspiratiepneumonie. Hydrocephalus bij pasgeboren kalveren is gemeld na infectie van de moeder tussen dag 70 en 120 van de dracht.
Tijdens het begin van de uitbraak van EHDV-8 in het zuiden van Frankrijk werd door practici gemeld dat runderen symptomen vertoonden die sterk leken op een ernstige blauwtonginfectie: koorts, anorexie, depressie, kreupelheid, zwelling slijmvliezen, ulcera in de bek, conjunctivitis, neusuitvloeiing en een prolaps van de tong. Zie de bijlage voor foto’s van de EHDV-8 uitbraak onder runderen in Frankrijk in 2023.
Morbiditeit/mortaliteit
De mortaliteit hangt af van de klimatologische omstandigheden, de geografische locatie van de uitbraak en het serotype dat de uitbraak veroorzaakt. In gebieden waar het virus endemisch aanwezig is, lijken infecties vaker subklinisch of mild te zijn.
Hertachtigen
Bij herten kan de morbiditeit en mortaliteit oplopen tot 90%, de sterfte kan met name onder peracuut en acuut zieke dieren hoog zijn. In Spanje werden in 2022 bij 37 van de 578 bloedmonsters van wilde edelherten EHDV-antistoffen aangetoond, in de regio’s waar klinische gevallen van EHD waren vastgesteld bij herten.
Runderen
Bij runderen lijkt de morbiditeit en mortaliteit te variëren en onder andere af te hangen van het serotype dat betrokken is bij de uitbraak. Zo is een morbiditeit van 10-40% gerapporteerd bij een uitbraak van EHDV-7 in Israël, terwijl de morbiditeit van een EHDV-uitbraak op Isle de Réunion werd geschat op 7%. Velddata van de uitbraak in Frankrijk in 2023 beschrijft een zeer variabele morbiditeit van 1.8-100%.
De historisch gerapporteerde mortaliteit is zeer laag (<1%), alhoewel bij recentere uitbraken niet alleen ernstigere symptomen, maar ook een hogere mortaliteit wordt beschreven.
De invloed van de EHDV-8 uitbraak in Frankrijk eind 2023 op de mortaliteit van runderen is onderzocht in de eerste twee departementen waar het virus is vastgesteld (Pyrénées-Atlantique (64) en Hautes-Pyrénées (65)). Ondanks de historisch gerapporteerde lage mortaliteit bij EHD, werd een verhoogde sterfte waargenomen in beide departementen bij runderen ouder dan 2 jaar: tussen de 1,98 en 1,99 keer verhoogd ten opzichte van de voorgaande drie jaren. Bij runderen tussen de 6 maanden en twee jaar was de sterfte in beide departementen 1,39 tot 1,91 verhoogd ten opzichte van de voorgaande drie jaar. In het departement Pyrénées-Atlantiques was ook de sterfte bij kalveren jonger dan drie weken verhoogd (1,33 keer).
Uitscheiding van de kiem
De transmissie van het virus vindt plaats via biologische vectoren (Culicoides spp.) of via passieve vectoren als naalden. Enkele onderzoeken richten zich op alternatieve besmettingsroutes en veronderstellen dat mogelijk virus wordt uitgescheiden in sperma. Orale en fecale uitscheiding van het virus en directe transmissie is gerapporteerd voor EHDV-1 na experimentele infectie van WTD, alhoewel in dit onderzoek transmissie door insecten niet kan worden uitgesloten aangezien er geen maatregelen zijn genomen tegen de aanwezigheid van insecten.
Differentiaaldiagnose
Differentiaaldiagnose bij runderen:
- Blauwtongvirus
- Mond- en Klauwzeer
- BCK
- BVD/MD
- IBR
- BRD
- Zonnebrand
- Trauma
- Vesiculaire Stomatitis
- (acute) Besnoïtiose
- Runderpest (wereldwijd uitgeroeid)
- Bovine Ephemeral Fever (3-day sickness)
Enkele vragen die kunnen helpen bij het maken van een onderscheid of prioritering in de lijst zijn:
- Zijn schapen en/of geiten ook ziek?
- Zijn (ernstig) zieke of gestorven hertachtigen gevonden?
- Betreft het een enkel dier of meerdere?
- Hoe snel verspreid het klinisch beeld zich in de koppel?
- Hoe hoog is de sterftegraad?
- Zijn er op dit moment knutten actief (weersomstandigheden)?
- Wat zijn de ziektestatussen van het bedrijf? Worden er dieren aangekocht vanuit NL of buitenland?
- Is er weidegang?
- Hoe is de (inter)nationale aanwezigheid van de ziekte?
Diagnostiek
Er bestaan ELISA-testen voor specifieke EHDV antistoffen. Het virus zelf kan worden aangetoond door middel van RT-PCR. Aangezien het een aangifteplichtige ziekte is, dient bij een verdenking de NVWA te worden gecontacteerd en zal het onderzoek van de ambtelijke monsters worden uitgevoerd door het Wageningen Bioveterinary Research (WBVR).
Kliniek en pathologie
Een klinische verdenking van een EHDV-infectie dient gemeld te worden bij de NVWA, aangezien het een aangifteplichtige ziekte betreft. Klinisch kan geen onderscheid gemaakt worden met een BTV-infectie, wat maakt dat een klinische verdenking van het één, vaak een klinische verdenking van het ander is.
Het sectiebeeld is niet typisch. Er kan een hemorragisch beeld worden waargenomen, met oedeem van onder andere de kop. Erosies en ulceraties kunnen aangetroffen worden in de bek, het gehemelte, de tong, tandboog, slokdarm, keel en de voormagen. Gezwollen kroonranden en afwijkende hoornvorming of -kwaliteit van de klauwen kan worden waargenomen. Bij Ibaraki-virus is tevens degeneratie van de gestreepte spieren beschreven (slokdarm, larynx, farynx, tong en skeletspieren) met secundaire aspiratiepneumonie, dehydratatie en vermagering. Ook oedeem en bloedingen in de mond, lippen, lebmaag en kroonranden kunnen aanwezig zijn. Materiaal (milt) voor bevestigend onderzoek dient naar het WBVR worden gestuurd.
Isolatie van de kiem
Het aantonen van het virus gebeurt door middel van een PCR-onderzoek (EDTA-bloed). Er zijn specifieke testen beschikbaar ter identificatie van het serotype, de test is erg specifiek en sensitief voor de aanwezigheid van virus (maar zegt niet of het infectieus virus is). Virus kan aangetoond worden in verschillende weefsels: bloed (EDTA), milt en eventueel andere organen als longen en lever. Kort na besmetting zou het virus reeds in het bloed aantoonbaar zijn (4 dagen). De PCR kan bovendien langdurig positief blijven, bij herten tot 160 dagen na infectie.
Serologie
Het aantonen van het virus gebeurt door middel van een PCR-onderzoek (EDTA-bloed). Er zijn specifieke testen beschikbaar ter identificatie van het serotype, de test is erg specifiek en sensitief voor de aanwezigheid van genetisch materiaal van het virus (maar zegt niet of het virus ook infectieus is). Virus kan aangetoond worden in verschillende weefsels: bloed (EDTA), milt en eventueel andere organen als longen en lever. Kort na besmetting zou het virus reeds in het bloed aantoonbaar zijn (4 dagen). De PCR kan bovendien langdurig positief blijven, bij herten tot 160 dagen na infectie.
Prevalentie
Nederland
In Nederland is EHD-virus nog nooit aangetoond.
Andere landen
De laatste twee decennia is de circulatie van verschillende serotypes aangetoond in verschillende landen ter wereld. De ziekte komt bijna jaarlijks voor bij wilde en gedomesticeerde herkauwers in Australië en Amerika (USA). Ook zijn EHDV-infecties aangetoond bij runderen in Canada, Isle de Réunion, Turkije, Israël en verschillende andere landen waar het klimaat de aanwezigheid van knutten toestaat.
Het virus is in oktober-november van 2022 voor het eerst gedetecteerd in Europa, op Sardinië en Sicilië. Het aangetroffen EHDV-8 heeft een directe oorsprong in Noord-Afrika, het genoom bleek identiek (>99.9% identieke nucleotide sequentie) aan het EHDV-8 dat in 2021 in Tunesië werd gedetecteerd. De vaststelling van dit serotype in Tunesië was het eerste bewijs van circulatie van dit type sinds de isolatie van het prototype in Australië. Hetzelfde jaar werd het virus ook vastgesteld in Spanje. Half juli 2023 werd het voor de eerste maal vastgesteld in Portugal en sinds september 2023 is het virus aanwezig in Frankrijk, waar in enkele maanden tijd een snelle noordwaartse spreiding plaatsvond. Aan het eind van de uitbraak in 2023 bestond de ingestelde beperkingszone met 3.708 besmettingshaarden, uit 20 departementen. In 2024 zijn 3.750 EHDV besmettingen vastgesteld in 30 Franse departementen (zie figuur 4).
Figuur 4: Localisatie van de gemeentes waarin uitbraken van EHD zijn gedetecteerd op 02-01-2025, sinds 04-09-2023, en de grenzen van de beperkingszone (bron: MASA op 02-01-2025).
In 2025 werd een heel ander beeld gezien: eind 2025 zijn slechts 5 besmettingen met EHDV vastgesteld in Frankrijk. Waarschijnlijk is dit lage aantal (klinische) besmettingen het gevolg van een combinatie van natuurlijke immuniteit na infectie met het EHDV-8 virus, en immuniteit na vaccinatie tegen het virus. Ook is dwars door het land een diagonale, 50 kilometer brede strook gevaccineerd op aansturing van de overheid (zie verder). Door de hoge immuniteit in deze strook zal het virus zich hier en erboven minder makkelijk tot niet hebben kunnen verspreiden. In april van dat jaar werd in België een uit Frankrijk geïmporteerd rund positief bevonden in de EHDV-PCR. Twee andere geïmporteerde runderen op het bedrijf waren negatief. Aangezien de PCR langdurig positief kan blijven, kan dit dier ook eind 2024 besmet zijn geraakt.
Regelgeving
Internationaal heeft de OIE richtlijnen opgesteld. Epizootic Hemorrhagic Disease is een aangifteplichtige ziekte.
Nederlands recht
De Europese regelgeving is van kracht in Nederland. Een verdenking van infectie moet worden gemeld bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). EHDV is gecategoriseerd als D- en E-ziekte op basis van de Animal Health Regulation (AHR).
- Categorie D dierziekten zijn dierziekten waarvoor maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat zij zich verspreiden bij binnenkomst in de Unie of door verplaatsingen tussen de lidstaten.
- Categorie E dierziekten zijn dierziekten waarvoor bewaking nodig is binnen de Unie.
Europees recht
EHDV staat op de OIE-lijst. De wettelijke basis ligt vast in de volgende EU- richtlijnen: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten.
Wat betreft transport van dieren binnen de EU is sinds september 2023 de volgende regelgeving van kracht: Delegated Regulation (EU) 2023/2515 of 8 September 2023 amending Delegated Regulation (EU) 2020/688 as regards certain animal health requirements for movements within the Union of terrestrial animals.
Internationaal
Zie Europees recht.
Aanpak besmette bedrijven
Vaccinatie
Sinds 2024 is in Europa een geïnactiveerd vaccin beschikbaar tegen EHDV-8, wat in augustus van dat jaar in Frankrijk werd ingezet in een poging de spreiding van het virus in te dammen. De overheid vergoedde de vaccinatie van dieren in een strook van 50 kilometer breed die van het zuidoosten naar het noordwesten van het land liep. Ook in andere Europese landen werd gekozen voor een vrijwillige (Spanje, Portugal) of verplichte (België) vaccinatie. De Belgische verplichte vaccinatiecampagne bestond uit een vaccinatie van alle runderen geboren voor 1 januari 2025 tegen EHDV-8, BTV-3 en BTV-8, vóór september 2025. Ook in Nederland is sinds eind januari 2025 het eerste vaccin versneld goedgekeurd voor gebruik. Het is onbekend hoeveel bedrijven hier reeds gebruik van hebben gemaakt. In Japan is een monovalent levend geattenueerd vaccin beschikbaar voor de Ibaraki-strain (EHDV-2). In Noord-Amerika worden autogene vaccins ingezet.
Antibiotica
Niet van toepassing. Alleen ondersteunend in te zetten bij de behandeling van secundaire infecties.
Overige maatregelen
De behandeling van een infectie met het EHDV bestaat voornamelijk uit ondersteunende therapie: ontstekingsremmers (NSAID’s of corticosteroïden), antibiotica bij secundaire infecties, toediening van vocht (infuus of drenchen), lokale behandeling van eventuele wonden en ulcers, en TLC (comfortabele bedding, kwalitatief voer en drinkwater)
Preventie van EHD
De preventie van een EHDV-infectie is, naast mogelijke vaccinatie, gericht op het verminderen van het contact met knutten. Naar aanleiding van de BTV-3 infectie in Nederland heeft GD onderzoek gedaan naar de managementfactoren die geassocieerd zijn met de aan- of afwezigheid van antistoffen in de tankmelk (hoe komt de infectie binnen op het bedrijf) en naar de managementfactoren die geassocieerd zijn met een hoog of een laag percentage antistoffen op melkveebedrijven (verspreiding binnen het bedrijf). Het opstallen van runderen, in stallen met een open front of zijwand met ruime openingen en ventilatoren, bleek geassocieerd met een kleinere kans op infectie van het bedrijf met BTV. Ook bleek bij aanwezigheid van deze factoren op een besmet bedrijf een lager percentage melkkoeien BTV antistoffen te hebben. Aanvoer van rundvee uit een regio met veel BTV besmettingen bleek een risicofactor voor insleep op het bedrijf. Het gebruik van insecticiden bleek geen beschermend effect te hebben tegen een BTV-besmetting en ook de besmettingsgraad binnen het bedrijf niet te verminderen. Desalniettemin wordt het behandelen van individuele dieren met insecticiden wel gebruikt als een manier om op specifieke momenten contact met knutten te beperken (bijvoorbeeld vlak voor transport).
Websites en Literatuur
Websites
-
http://www.cfsph.iastate.edu/Factsheets/pdfs/epizootic_hemorrhagic_disease.pdf
-
http://blog.healthywildlife.ca/fatal-deer-disease-reaches-ontario-first-time/
-
https://www.oie.int/wahis_2/public/wahid.php/Diseaseinformation/Diseasetimelines
-
https://www.oie.int/fileadmin/Home/eng/Animal_Health_in_the_World/docs/pdf/Disease_cards/EPIZOOTIC_HEAMORRHAGIC_DISEASE.pdf
Literatuur
- Abdy, M. J. (1997). Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Infection in Cattle: with evaluation of the interferon response. University of Georgia.
- Allen, S. E., Jardine, C. M., Hooper-McGrevy, K., Ambagala, A., Bosco-Lauth, A. M., Kunkel, M. R., Mead, D. G., Nituch, L., Ruder, M. G., & Nemeth, N. M. (2020). Serologic evidence of arthropod-borne virus infections in wild and captive ruminants in Ontario, Canada. American Journal of Tropical Medicine and Hygiene, 103(5), 2100–2107. https://doi.org/10.4269/ajtmh.20-0539
- AOIEC Center. (2006). Diseases Caused by the Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Serogroup.
- Barua, S., Rana, E. A., Prodhan, M. A., Akter, S. H., Gogoi-Tiwari, J., Sarker, S., Annandale, H., Eagles, D., Abraham, S., & Uddin, J. M. (2025). The Global Burden of Emerging and Re-Emerging Orbiviruses in Livestock: An Emphasis on Bluetongue Virus and Epizootic Hemorrhagic Disease Virus. In Viruses (Vol. 17, Issue 1). Multidisciplinary Digital Publishing Institute (MDPI). https://doi.org/10.3390/v17010020
- Ben Dhaou, S., Sailleau, C., Babay, B., Viarouge, C., Sghaier, S., Zientara, S., Hammami, S., & Bréard, E. (2016). Molecular characterisation of epizootic haemorrhagic disease virus associated with a tunisian outbreak among cattle in 2006. Acta Veterinaria Hungarica, 64(2), 250–262. https://doi.org/10.1556/004.2016.025
- Bibard, A., Martinetti, D., Giraud, A., Picado, A., Chalvet-Monfray, K., & Porphyre, T. (2025). Quantitative risk assessment for the introduction of bluetongue virus into mainland Europe by long-distance wind dispersal of Culicoides spp.: A case study from Sardinia. Risk Analysis, 45(1), 108–127. https://doi.org/10.1111/risa.14345
- Bibard, A., Martinetti, D., Picado, A., Chalvet-Monfray, K., & Porphyre, T. (2024). Assessing the Risk of Windborne Dispersal of Culicoides Midges in Emerging Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Outbreaks in France. Transboundary and Emerging Diseases, 2024. https://doi.org/10.1155/2024/5571195
- Bibard, A., Martinetti, D., Picado, A., Chalvet-Monfray, K., & Porphyre, T. (2025). Spatial and temporal risk assessment of Epizootic Hemorrhagic Disease Virus introduction in Europe: A comparative analysis of trade and wind dispersal pathways. Preventive Veterinary Medicine, 245. https://doi.org/10.1016/j.prevetmed.2025.106656
- Bréard, E., Sailleau, C., Hamblin, C., Graham, S. D., Gourreau, J. M., & Zientara, S. (2004). Outbreak of epizootic haemorrhagic disease on the island of Ré union. Veterinary Record, 155(14), 422–423. https://doi.org/10.1136/vr.155.14.422
- Cuéllar, A. C., Kjær, L. J., Kirkeby, C., Skovgard, H., Nielsen, S. A., Stockmarr, A., Andersson, G., Lindstrom, A., Chirico, J., Lühken, R., Steinke, S., Kiel, E., Gethmann, J., Conraths, F. J., Larska, M.,
- Hamnes, I., Sviland, S., Hopp, P., Brugger, K., … Bødker, R. (2018). Spatial and temporal variation in the abundance of Culicoides biting midges (Diptera: Ceratopogonidae) in nine European countries. Parasites and Vectors, 11(1). https://doi.org/10.1186/s13071-018-2706-y
- de Souza Santos, M. A., Gonzales, J. R., Swanenburg, M., Vidal, G., Evans, D., Horigan, V., Betts, J., La Ragione, R., Horton, D., & Dórea, F. (2023). Epizootic Hemorrhagic Disease (EHD) – Systematic Literature Review report. EFSA Supporting Publications, 20(11). https://doi.org/10.2903/sp.efsa.2023.en-8027
- Epizootic Hemorrhagic Disease. (2006). http://www.mdwfp.com/wildlifeissues/articles.
- Gaydos, J. K., Allison, A. B., Hanson, B. A., & Yellin, A. S. (2002). Oral and fecal shedding of epizootic hemorrhagic disease virus, serotype 1 from experimentally infected white-tailed Deer. Journal of Wildlife Diseases, 38(1), 166–168. https://doi.org/10.7589/0090-3558-38.1.166
- Gondard, M., Postic, L., Garin, E., Turpaud, M., Vorimore, F., Ngwa-Mbot, D., Tran, M. L., Hoffmann, B., Warembourg, C., Savini, G., Lorusso, A., Marcacci, M., Felten, A., Roux, A. Le, Blanchard, Y.,
- Zientara, S., Vitour, D., Sailleau, C., & Bréard, E. (2024). Exceptional Bluetongue virus (BTV) and Epizootic hemorrhagic disease virus (EHDV) circulation in France in 2023. Virus Research, 350. https://doi.org/10.1016/j.virusres.2024.199489
- House et al. 1998. (n.d.).
- J Gibbs, E. P., & P Lawman, hf J. (1977). INFECTION OF BRITISH DEER AND FARM ANIMALS WITH EPIZOOTIC HAEMORRHAGIC DISEASE OF DEER VIRUS. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/0021-9975(77)90023-8
- Jiménez-Cabello, L., Utrilla-Trigo, S., Lorenzo, G., Ortego, J., & Calvo-Pinilla, E. (2023). Epizootic Hemorrhagic Disease Virus: Current Knowledge and Emerging Perspectives. In Microorganisms (Vol. 11, Issue 5). MDPI. https://doi.org/10.3390/microorganisms11051339
- Kedmi, M., Van Straten, M., Ezra, E., Galon, N., & Klement, E. (2010). Assessment of the productivity effects associated with epizootic hemorrhagic disease in dairy herds. Journal of Dairy Science, 93(6), 2486–2495. https://doi.org/10.3168/jds.2009-2850
- Lorusso, A., Cappai, S., Loi, F., Pinna, L., Ruiu, A., Puggioni, G., Guercio, A., Purpari, G., Vicari, D., Sghaier, S., Zientara, S., Spedicato, M., Hammami, S., Ben Hassine, T., Portanti, O., Breard, E.,
- Sailleu, C., Ancora, M., Di Sabatino, D., … Savini, G. (2023). Epizootoc Hemorrhagic Disease Virus Serotype 8, Italy, 2022. Emerggr Infect Dis., 29(5), 1063–1065. https://doi.org/10.3201/eid2905.221773
- Maclachlan, N. J., Zientara, S., Savini, G., & Daniels, P. W. (2015). Epizootic haemorrhagic disease. In Rev. Sci. Tech. Off. Int. Epiz (Vol. 34, Issue 2).
- OIE Technical Disease Cards. (2019). EPIZOOTIC HAEMORRHAGIC DISEASE. http://www.oie.int/wahis/public.php?page=home].
- Omar-bovins-Plateforme ESA. (2024). Descriptif de la mortalité bovine en France continentale et dans les départements 12, 15, 64 et 65 en août, septembre et octobre 2023 en lien avec la FCO et la MHE.
- Unknown. (2006). Outbreak of Epizootic Hemorrhagic Disease in cattle in Israel - 22 September 2006.
- Quaglia, M., Foxi, C., Satta, G., Puggioni, G., Bechere, R., De Ascentis, M., D’alessio, S. G., Spedicato, M., Leone, A., Pisciella, M., Portanti, O., Teodori, L., Di Gialleonardo, L., Cammà, C., Savini, G., & Goffredo, M. (2023). Culicoides species responsible for the transmission of Epizootic Haemorrhagic Disease virus (EHDV) serotype 8 in Italy. Veterinaria Italiana, 59(1), 83–88. https://doi.org/10.12834/VetIt.3347.22208.1
- Ruder, M. G., Lysyk, T. J., Stallknecht, D. E., Foil, L. D., Johnson, D. J., Chase, C. C., Dargatz, D. A., & Gibbs, E. P. J. (2015). Transmission and Epidemiology of Bluetongue and Epizootic Hemorrhagic Disease in North America: Current Perspectives, Research Gaps, and Future Directions. Vector-Borne and Zoonotic Diseases, 15(6), 348–363. https://doi.org/10.1089/vbz.2014.1703
- Ruiz-Fons, F., García-Bocanegra, I., Valero, M., Cuadrado-Matías, R., Relimpio, D., Martínez, R., Baz-Flores, S., Gonzálvez, M., Cano-Terriza, D., Ortiz, J. A., Gortázar, C., & Risalde, M. A. (2024). Emergence of epizootic hemorrhagic disease in red deer (Cervus elaphus), Spain, 2022. Veterinary Microbiology, 292. https://doi.org/10.1016/j.vetmic.2024.110069
- Scientific Opinion on Epizootic Hemorrhagic Disease. (2009). EFSA Journal, 7(12). https://doi.org/10.2903/j.efsa.2009.1418
- Sghaier, S., Sailleau, C., Marcacci, M., Thabet, S., Curini, V., Ben Hassine, T., Teodori, L., Portanti, O., Hammami, S., Jurisic, L., Spedicato, M., Postic, L., Gazani, I., Ben Osman, R., Zientara, S.,
- Bréard, E., Calistri, P., Richt, J. A., Holmes, E. C., … Lorusso, A. (2022). Epizootic Haemorrhagic Disease Virus Serotype 8 in Tunisia, 2021. Viruses, 15(1). https://doi.org/10.3390/v15010016
- Sleeman, J. (2012). Hemorrhagic Disease in Wild Ruminants. In National Wildlife Health Center Wildlife Health Bulletin. http://www.vet.uga.edu/scwds/pdfs/HD.pdf
- Stallknecht, D. E., Howerth, E. W., Kellogg, M. L., Quist, C. F., & Pisell2, T. (1997). IN VITRO REPLICATION OF EPIZOOTIC HEMORRHAGIC DISEASE AND BLUETONGUE VIRUSES IN WHITE-TAILED DEER PERIPHERAL BLOOD MONONUCLEAR CELLS AND VIRUS-CELL ASSOCIATION DURING IN VIVO INFECTIONS. In Journal of Wild.lufe Disecues (Vol. 3, Issue 3). http://meridian.allenpress.com/jwd/article-pdf/33/3/574/2236532/0090-3558-33_3_574.pdf
- Stevens, G., McCluskey, B., King, A., O’Hearn, E., & Mayr, G. (2015). Review of the 2012 epizootic hemorrhagic disease outbreak in domestic ruminants in the United States. PLoS ONE, 10(8). https://doi.org/10.1371/journal.pone.0133359
- Temizel, E. M., Yesilbag, K., Batten, C., Senturk, S., Maan, N. S., Mertens, P. P. C., & Batmaz, H. (2009). Epizootic hemorrhagic disease in cattle, Western Turkey. Emerging Infectious Diseases, 15(2), 317–319. https://doi.org/10.3201/eid1502.080572
- Wittmann, E. J., Mellor, P. S., & Baylis, M. (2002). Effect of temperature on the transmission of orbiviruses by the biting midge, Culicoides sonorensis. Medical and Veterinary Entomology, 16(2), 147–156. https://doi.org/10.1046/j.1365-2915.2002.00357.x
- Yadin, H., Brenner, J., Gelman, B., Bumbarov, V., Stram, Y., Oved, Z., Galon, N., & Klement, E. (n.d.). LETTERS: A LARGE-SCALE OUTBREAK OF BOVINE HEMORRHAGIC DISEASE IN ISRAEL. In WEBSITE: www.isrvma.org VOLUME (Vol. 62, Issue 1). www.isrvma.org
Meldingen Europa en andere relevante informatie
2025
- Nederland: vaccin versneld toegelaten
- België: verplichte vaccinatiestrategie
2024
- Brazil: 29-06-2024, Recurrence of an eradicated disease, Serotype 1
- Andorra: 28-11-2024, First occurrence in the country, untyped
- Frankrijk: vaccinatiestrook dwars door het land (09-2024)
2023
- Portugal: 13-07-2023, First occurrence in the country, Serotype 8
- Frankrijk: 30-08-2023, First occurrence in the country, Serotype 8
2022
- Italië: 25-10-2022, First occurrence in the country, Serotype 8
- Spanje: 15-11-2022, First occurrence in the country, Serotype 8
2021
- Tunesië: 25-09-2021, Recurrence of an eradicated disease, Serotype 8
2020
- Israël: 14-10-2020, Recurrence of an eradicated disease, untyped
Bijlage: foto's klinische beelden
Foto's hert
Foto's uit USA

Figuur 5: Bron: Thabet et al., Characterization of Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Serotype 8 in Naturally Infected Barbary Deer (Cervus elaphus barbarus) and Culicoides (Diptera: Ceratopogonidae) in Tunisia. Viruses 2023, 15, 1567.

Figuur 6: Characterization of Epizootic Hemorrhagic Disease Virus Serotype 8 in Naturally Infected Barbary Deer (Cervus elaphus barbarus) and Culicoides (Diptera: Ceratopogonidae) in Tunisia. Viruses 2023, 15, 1567.
Foto's rund

Figuur 7: Bron: Brenner et al. A large-scale outbreak of bovine haemorrhagic disease in Israel. www.isrvma.org

Figuur 8: Bron: Brenner et al. A large-scale outbreak of bovine haemorrhagic disease in Israel. www.isrvma.org

Figuur 9: Bron: © GDSF-Sngtv-MHE-les-signes-cliniques, https://www.gdsfrance.org/wp-content/uploads/MHE-Signes-cliniques.pdf

Figuur 10: Bron: © GDSF-Sngtv-MHE-les-signes-cliniques, https://www.gdsfrance.org/wp-content/uploads/MHE-Signes-cliniques.pdf

Figuur 11: Bron: © GDSF-Sngtv-MHE-les-signes-cliniques, https://www.gdsfrance.org/wp-content/uploads/MHE-Signes-cliniques.pdf

Figuur 12: Bron: © GDSF-Sngtv-MHE-les-signes-cliniques, https://www.gdsfrance.org/wp-content/uploads/MHE-Signes-cliniques.pdf

Figuur 13: Bron: © GDSF-Sngtv-MHE-les-signes-cliniques, https://www.gdsfrance.org/wp-content/uploads/MHE-Signes-cliniques.pdf