Q-fever is een wereldwijd voorkomende aandoening bij mens en dier. Deze zoönose wordt veroorzaakt door de bacterie
Coxiella burnetii. De eerste beschrijvingen van deze aandoening dateren uit het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen deden zich bij personeel in een slachthuis in Queensland in Australië ziekteverschijnselen voor met hoge koorts. Onderzoekers gaven dit ziektebeeld, vanwege de vraagtekens die zij omtrent deze ziekte hadden de naam Q-koorts of Q-fever, met de q van query (=vraagteken) en Queensland. In diezelfde periode vond in Hamilton in de Verenigde Staten een onderzoek plaats waarbij teken cavia’s besmetten die vervolgens een met koorts gepaard gaand ziektebeeld ontwikkelden. Beide onderzoeksgroepen kwamen met elkaar in contact toen een van de mensen in Hamilton Q-fever kreeg. De verwekker van deze aandoening kreeg later de naam
Coxiella burnetii naar de Amerikaanse onderzoeker Cox en de Australische onderzoeker Burnet.
Direct naar:
Coxiella burnetii komt wereldwijd voor. Het reservoir van deze kiem is de dierenwereld, waarbij de bacterie in zeer veel diergroepen is gevonden: wilde dieren, gedomesticeerde dieren, vogels en insecten. Schapen, geiten en runderen vormen het belangrijkste reservoir van deze bacterie, maar ook andere diersoorten zijn beschreven als een bron voor humane infecties.
Q-fever is een wereldwijd voorkomende aandoening bij mens en dier. Deze zoönose wordt veroorzaakt door de bacterie
Coxiella burnetii. De eerste beschrijvingen van deze aandoening dateren uit het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen deden zich bij personeel in een slachthuis in Queensland in Australië ziekteverschijnselen voor met hoge koorts. Onderzoekers gaven dit ziektebeeld, vanwege de vraagtekens die zij omtrent deze ziekte hadden de naam Q-koorts of Q-fever, met de q van query (=vraagteken) en Queensland. In diezelfde periode vond in Hamilton in de Verenigde Staten een onderzoek plaats waarbij teken cavia’s besmetten die vervolgens een met koorts gepaard gaand ziektebeeld ontwikkelden. Beide onderzoeksgroepen kwamen met elkaar in contact toen een van de mensen in Hamilton Q-fever kreeg. De verwekker van deze aandoening kreeg later de naam
Coxiella burnetii naar de Amerikaanse onderzoeker Cox en de Australische onderzoeker Burnet.
Coxiella burnetii komt wereldwijd voor. Het reservoir van deze kiem is de dierenwereld, waarbij de bacterie in zeer veel diergroepen is gevonden: wilde dieren, gedomesticeerde dieren, vogels en insecten. Schapen, geiten en runderen vormen het belangrijkste reservoir van deze bacterie, maar ook andere diersoorten zijn beschreven als een bron voor humane infecties.
Coxiella burnetii is een gramnegatieve bacterie die zich in cellen vermenigvuldigt. De bacterie heeft twee vormen, namelijk een small-cell-variant (SCV) en een large-cell-variant (LCV). De SCV is zeer goed bestand tegen chemische invloeden, uitdroging en hoge temperatuur, en wordt soms ook wel ‘spore’ genoemd. De SCV is zeer stabiel in aërosolen (in ingedroogde dierlijke cellen) en is infectieus. De SCV vormt zich in de gastheer om tot LCV en vermeerdert zich.
Terug naar het begin van dit artikel